
In de Open Tuinengids 2011 staan zo’n 300 tuinen beschreven. Alle tuinen die in de Gids staan zijn vooraf bezocht door de leden van de Open Tuinencommissie.
Beoordeling
Het principe dat gehanteerd wordt bij de vraag of een tuin geschikt is voor opname in de Gids, is dat de tuin qua vormgeving, beplanting of ligging en/of in cultuurhistorisch opzicht interessant moet zijn.
De beoordeling van een tuin is altijd subjectief, maar het uitgangspunt is dat in een ‘goede’ tuin een balans is gevonden tussen elementen zoals vaste planten, groenblijvers, struiken, bomen, gras, water en eventuele kunstwerken. Een duidelijke structuur ligt aan de basis van een goed ontwerp.
Iconen
Het aantal iconen dat bij de tuinbeschrijvingen gebruikt wordt, is sterk verminderd. De iconen die aangaven om wat voor tuin het ging zijn vervallen. Een tuin is immers dikwijls een combinatie van tuinstijlen en daarom moeilijk te typeren met een of meer iconen. De vijf iconen die zijn gehandhaafd, zijn de iconen die aangeven of er plantverkoop is, een B&B, honden zijn toegestaan of de tuin voor rolstoelgebruikers toegangkelijk is en of de tuin nieuw is in de gids.
Moestuin terug in de tuincultuur
Voor 2011 is ‘moes- en pluktuinen’ het thema van de Nederlandse Tuinenstichting. Een passende opmaat voor 2012, het Jaar van de Historische Buitenplaats. Eeuwenlang werden op buitenplaatsen, maar ook bij steden, kastelen en kloosters moestuinen aangelegd. Er werden groenten geteeld, fruit, genees- en keukenkruiden en bloemen. Vooral op buitenplaatsen ontwikkelden moestuinen zich tot rijk gevulde schatkamers met een ongekend sortiment, dat rond de belle epoque (1890 – 1910) zijn hoogtepunt had. De tuinbaas die de scepter zwaaide in de moestuin had aanzien, want met exquise producten kon de eigenaar zijn gasten verwennen. Zo’n moestuin betekende status. Na 1930 kwam er snel de klad in.
Bent u geinteresseerd in de rest van dit artikel van Julia Voskuil, dan kan u dat lezen in de Open Tuinengids 2011 of die hier aanvragen