Nieuws
Tuin van de maand
Gepubliceerd: 1 juli 2023

Artuin, Oudwoude (Aldwâld)

Voor de maand juli is gekozen voor Artuin in Oudwoude (Aldwâld) in Friesland. Tussen de dorpsbebouwing ligt deze boerderijtuin rond een kop-rompboerderij uit 1763 met de structuur van het oude onverharde boerenerf.  Naast de tuin is ook een moestuin die al minstens twee eeuwen op dezelfde plek ligt. Deze bijzondere locatie waar de natuur op veel plaatsen zijn gang mag gaan, heeft verassende kunst en in het voorjaar bolgewassen. In juni heeft de tuin een zee van rozen. De oppervlakte bedraagt 3.000 m².

BOERENERVEN 

Boerenerven zijn er volop in Nederland te vinden.  Maar zodra er niet meer  actief “geboerd ”wordt op een erf, verdwijnt meestal snel de bedrijfsmatige indeling. Dan ontstaat een boerderijtuin. Vanaf dat moment wordt het uiterlijk bepaald door de smaak of de  financiële mogelijkheden van de nieuwe eigenaar. Die eigenaar wordt een creator in ruimte en tijd, zoals Louis le Roy ons leerde. Als eigenaar kun je de RUIMTE opnieuw indelen : hoeveel gebouwen wil je inzetten voor welk doel? En mag je spelen met de factor TIJD: hoeveel tijd wil je in je erf investeren?

Ben je als nieuwe erf-bewoner een liefhebber van tuinieren? Of zit je graag in je tuin en geniet je van het uitzicht.

De boerderij waar Hennie en Goos Dijk sinds 1995 wonen, is al in 1763 in de archieven terug te vinden als een “gernierswoning”. Daar zit het woord “gardener” in verstopt. Het was een pachtboerderij van Foghelsanghsate in Veenklooster. In de winter was er plaats voor 14 koeien in de stal, daarnaast hoorde er weiland en akkerbouwgrond bij: gemengd bedrijf dus. Tot 1970 werd er geboerd, waarbij de stal werd gebruikt voor jongvee.

 

Boerderij in de winter

In 1970 werd het voorhuis dat inmiddels in deplorabele staat verkeerde, gekocht door een Duitse industrieel. Hij was gecharmeerd van de plek en zette de verbouwing tot recreatiewoning voortvarend in gang. Natuurlijk pakte hij ook de tuin aan, naar de trend van die tijd: veel coniferen, een magnolia, een aantal stevige vaste planten en op 3 meter afstand van de gevel een atlasceder. Destijds nog een klein boompje…..

Toen de huidige eigenaren in 1995 het erf middenin het dorp mochten gaan ontginnen, was er op de 3000 m2 weinig van historische waarde over.

De tuin was een restant van 25 jaar weekend huis – tuinaanleg. Blijkbaar was de grond vruchtbaar, want de atlasceder was inmiddels zo’n 10 meter hoog.  Achter op het erf was er er nog een schapenweiland van 2000 m². Meer dan genoeg ruimte voor creëren. Ideaal om met enthousiasme je gezamenlijke hobby uit te bouwen. Tuinieren op grote schaal: wie wil dat nou niet? Rondom een prachtige boerderij. Maar hoe en op welke manier?

Tuinarchitect Nico Kloppenborg uit Mantgum zette de eerste lijnen op papier van een heus plan. Gebaseerd op de wensen van de bewoners. En op de historie van een boerenerf aan de rand van de noordelijke Friese wouden.

De bewoners hadden inmiddels ook contact gelegd met Rob Leopold. Hij was de illustere oprichter van de Cruydt-Hoeck en idealist in hart en nieren. Rob Leopold (overleden in 2005) initieerde en inspireerde onder andere de perennial perspectives conferenties, die de basis vormden van de Dutch wave.

In de beginjaren 2000 onderzocht hij ook de stand van zaken met betrekking tot de erfbeplanting van vroegere en huidige boerenerven.  Zijn doel was om de geschiedenis van de erfbeplanting rond boerderijen in heel Nederland in kaart te brengen. Want de historie ervan verdween snel. Niemand had er aantekeningen van gemaakt. De ontwikkeling van de bedrijfsvoering resulteerde in steeds meer beton op het erf. Met als laatste overblijfsel een enkel stukje siertuin volgens de laatste trend. En heel soms nog wat ruimte (en tijd) voor een moestuin.

Rob Leopold ontwikkelde een heel praktische “tool” voor de inventarisatie. Hij maakte een vragenlijst, die bedoeld was om voor te leggen aan de huidige of vorige bewoners, of familieleden daarvan, om zo via mondelinge overlevering een beeld te krijgen van erfbeplanting. De vragenlijsten werden gearchiveerd door de Stichting Historisch Boerderij Onderzoek (SHBO). Het archief daarvan bevindt zich in het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem.

ONTSTAAN ARTUIN

Toen Hennie en Goos Dijk de boerderij in 1995 kochten, woonden de laatste twee boeren, die op het erf van ARTUIN gewerkt hadden nog in het dorp. Na lang aandringen lukte het een afspraak te maken met de enige overgebleven vrijgezelle broer van de Klaver-jongens, zoals ze genoemd werden in het dorp. Van zijn antwoorden leerden de bewoners veel. Vooral over soberheid en bescheidenheid. En gebrek aan tijd: bij een boer gaat “achter” immers altijd voor. Het werd de basis voor het tuinontwerp van het erf.

Als beeldmateriaal kwamen er oude foto’s op tafel. Zelfs een luchtfoto van de boerderij uit 1936.

Luchtfoto boerderij 1936

En op de achterkant van een Rabobank-envelop tekende Luut Klaver een plattegrond van het erf en de plek van de moestuin.

 

Tekening Luut Klaver

Dit beeldmateriaal en de opbouw van het oorspronkelijke erf werden de basis voor de indeling van het erf van Artuin, zoals het nu is. Een boerderijtuin, met elementen van het oude boerenerf.

De boerderij ligt met de zijkant langs de doorgaande weg, daar was “aan de wegkant een lage meidoornheg:” een stekelstruikje tot aan de school toe. “Zo’n heg hield het te verweiden vee op de weg”.

Aansluitend bij de andere boerderij-erven is er tegenwoordig langs de weg een beukenhaag geplant. Op die weg wordt immers geen vee meer verweid. Het plaatselijke verkeer laat zich helaas niet afremmen door stekelstruikjes.

 

Aan de wegkant was er een houten klaphek in twee helften, aan de achterkant een dam om het vee te keren. Het hele erf was omzoomd met singels en hagen. De huidige bewoners hebben nu ook weer een simpel klaphek, zoals op de foto’s te zien is.

Achter dat haagje lagen bij het voorhuis twee buxuscirkels. De voortuin was helemaal Moekes afdeling. Ze had daar wat planten neergezet die ze uitdeelde en waarvoor ze in ruil andere planten kreeg. Er werd nooit nieuw plantgoed gekocht. In een van de cirkels stond een blauw bloeiende hortensia. Tussen de cirkels en de heg stond een rijtje dahlia’s. Achter het meidoornhaagje, voor het schuurgedeelte, lag een strookje gras dat met de zeis werd gemaaid. Daar stonden 3 perenbomen. Er waren geen knot- of leibomen.

Naar aanleiding van dit verhaal en de oude foto’s zijn er drie sierappelbomen geplant op de plek van de perenbomen. De buxuscirkels zijn in ere hersteld. De huidige lindeboom wordt geknot. En het maaien gebeurt nu met een robot en een benzinemaaier.

De Klaver-jongens hadden nooit een trekker in gebruik, maar wel een Fries paard. Daarom lag er geen betonplaat als verharding op het erf. Dit was een welkom geschenk voor de nieuwe bewoners. De gierkolk lag nog op dezelfde plek, maar de deksel was eraf gevallen en op de bodem terechtgekomen. Hierdoor was er een 2 meter diepe vijver van 6 bij 6 meter ontstaan.

Gierkolk

Aan de westzijde ligt de pastorietuin met hoge eiken- en beukenbomen, waardoor het erf nog steeds beschut ligt. Die pastorietuin is aangelegd door Gerrit Vlaskamp. Over de aangrenzende tuin van de dominee wist de heer Klaver van alles te vertellen: veel bessenstruiken, een druivenkas, enzovoort. Maar ja, “die hadden ook een tuinman!”

Vanaf de weg tot rechtdoor naar achteren liep de trochreed, het doorgaande pad voor vee en wagens, naar de landerijen achter het erf.

 

Halverwege liep west/oost  een greppel met een paadje. Op die plek bevindt zich nu een berceau van haagbeuk die het zicht op de nieuwbouw wijkt ontneemt.  Noordelijk van die loofgang bevinden zich nu de boomgaard en moestuin. Die moestuin ligt op de oorspronkelijke plek.

Berceau in de winter

De moestuin lag achter op het erf. De boerderij ligt op zandgrond, met een vruchtbare humuslaag. Het hele erf was onverhard en alle paden waren zandpaden. Bij de pomp was een klein tegelplatje.

Op de boerderij woonden en werkten vier personen: vader, moeder en twee broers. Vaders taak was de verzorging van het vee: paard, koeien, geiten en schapen. Moeder hield zich bezig met de melkverwerking, het karnen en de siertuin. Ook de verwerking van fruit en het wecken was haar werk. De broers hielpen van jongs af aan in de moestuin, waar in het voorjaar de eigen mest  werd ondergespit.

In de moestuin stonden ook bessenstruiken: rode, zwarte en kruisbessen. Er werden alleen vroege aardappelen verbouwd. De wintervoorraad kwam van de klei, omdat deze betere kwaliteit had om te bewaren. Er werden boerenkool, worteltjes, peultjes (maar hier kunnen ook in het fries sperziebonen bedoeld worden) en snijbonen op stokken verbouwd. Kool wilde hier niet groeien, omdat ze last hadden van wratten en knolvoet.

Het hele erf stond vol fruitbomen. In de jaren zestig werden de hoogstamfruitbomen gekapt, met behulp van Europese subsidie die niet alleen gold voor de hoogstamfruitbomen in de Betuwe, maar ook in de rest van Nederland. Laagstamfruitbomen waren destijds namelijk de nieuwe trend. Maar in 1998 zijn er, in de oude stijl, acht nieuwe hoogstamfruitbomen geplant met subsidie voor het in stijl beplanten van een boerenerf.

Het snoeien van de fruitbomen liet men door een vakman doen, want daar was ervaring voor nodig. Ook kwam er in het voorjaar altijd iemand langs om te spuiten tegen mogelijke ziektes. In het voorjaar bezocht een handelaar van Turkenburg zaden de boerderij. Daar werd het zaaigoed voor de moestuin besteld. Enkele weken later werd de bestelling door dezelfde man op de fiets bezorgd. Daarnaast  bracht hij ook nieuws over van de dorpen waar hij eerder bestellingen had afgeleverd.

Omdat de huidige bewoners van Artuin gepassioneerde tuiniers zijn, was het verhaal over het erf en zijn beplanting leidend bij het ontwerp. Maar een liefhebber ziet meer en leest meer dan het erf kan bergen. Een onverhard erf is immers niet meer voor te stellen. Het NUT van het erf is volkomen veranderd.

Het erf is in de loop der tijd volledig veranderd en gegroeid. Het is nu een groen fitnesscentrum met verschillende functies, zoals een feestzaal, ochtend- en middagterras, parkeerterrein, spiegelvijver, dahliaborder, enzovoort. De tuin is voortdurend in verandering, net als de bewoners.

Luut Klaver (zoals eerder vermeld, een van de twee laatste boeren) vertelde in zijn interview: “we hadden geen bloembollen, alleen langs de slootkant narcissen: ”want die redden zichzelf wel”. Dankzij het huidige commerciële aanbod zijn honderden alliums en tulpen toegevoegd. Maar het credo dat ze zichzelf moeten redden, geldt nog steeds. En naarmate de bewoners ouder worden, misschien wel steeds meer!

Het laatste onderwerp dat in het interview met Luut aan bod kwam, was het tuinmeubilair. Hij liet weten dat dit niet nodig was. “We we hadden geen tijd om te gaan zitten, we gingen vroeg naar bed . In de stal stond een simpel uitrustplekje: het bûthuusbankje. Dat zetten we ‘s zomers soms even buiten tegen de achtergevel om te recreëren”.

Ter afsluiting het tuingedicht dat sinds 1995 op het stroomverdelingskastje staat zowel in het Fries als in het Engels.

Túngedicht

Reizger, komsto hjir del
en ast tiid hast – mar ien tel
jouw dit hûs een seine, freegje ik dy
seingje dan ek de tún derby

Oersetting troch Jant van der Weg
fan in nammeleaes Ingelsk gedicht

Traveller as you pass this way
A blessing on this house i pray
And if you’ve time i ask your pardon
Spare another for the garden

 

PRAKTISCHE INFORMATIE ARTUIN

  • Voor openingstijden zie website
  • Vrienden gratis en op “goed geluk”
  • Groepen op afspraak
  • Entree € 4,00, inclusief koffie/thee/lekkerij en rondleiding

Adres:
Foarwei 32
9294 KE Oudwoude (Aldwâld)
tel 0511-452679/06-20814115
E: info@artuin.nl
www.artuin.nl

 

 

Nieuwsbrief

Meld je aan voor onze nieuwsbrief


deel tuin