login | contact | nieuwsbrief

Volg ons op         

    

Door het uitgeven van speciale publicaties verspreidt de NTs kennis op het gebied van tuinarchitectuur, tuinkunst en historisch groen erfgoed.


Tuinjournaal september 2011: Grassen

De nazomer associeer je met grassen: een dromerige waas van licht wuivende grashalmen in het lage ochtend- of avondlicht. Vandaar de keuze van de redactie voor een thema dat past in dit seizoen. Een inspirerend onderwerp voor de redactie, omdat de variatie aan siergrassen en hun toepassingen zo enorm veelzijdig is. Grassen creëren een rustgevende sfeer, zijn geschikt voor terras en tuin en voegen rust toe in een compositie met vaste planten.

In de jaren zeventig kwam de waarde van siergrassen meer in de belangstelling te staan. Mien Ruys beschrijft haar zoektocht naar siergrassen in de herziene uitgave van ‘Het nieuwe vaste planten boek’. Maar het was vooral de Wageningse professor Piet Zonderwijk die bloeiende bermen introduceerde in het Nederlandse landschap. De populariteit van grassen in tuinen is daarna toegenomen mede dankzij Piet Oudolf, Henk Gerritsen, Rob Leopold en Ton ter Linden, zo schrijft Julia Voskuil.

 

Ronald van Immerseel en Korneel Aschman beschrijven de ontwikkeling van gras door de eeuwen heen, tot en met de introductie van de grasmaaier in Nederland aan het begin van de twintigste eeuw. De combinatie van lang gras met madeliefjes, weegbree, korenbloemen en klaver werd rond 1900 zeer gewaardeerd. Ook in de zeventiende en achttiende eeuw kregen bloemen en kruiden een kans en werd het gras relatief lang gehouden, juist vanwege het esthetische aspect. In geometrische tuinen en bij het huis werd daarentegen strakker gemaaid.

 

Anne Wolff bezocht kwekerij Cruydt-Hoeck, in 1978 opgericht door Rob Leopold en Dick van den Burg. Een bloemenweide lijkt onderhoudsloos te kunnen bestaan. Jojanneke Bijkerk en Jasper Helmantel van Cruydt-Hoeck weten dat het genuanceerder ligt. Wie een bloemenweide wil aanleggen wordt direct voor de keuze gesteld: kies je voor een weide met eenjarige akkerbloemen of wordt het een bloemrijk grasland met vaste plantensoorten?

 

Tijdens haar zoektocht naar siergrassen bezocht Lianne Pot, gepassioneerd verzamelaar en Nederlands collectiehouder van siergrassen, veel open tuinen. “Het verbaasde mij dat er ondanks dat er zoveel over geschreven werd, maar weinig waren toegepast. Ik besloot voorbeeldborders aan te leggen, waar de siergrassen, gecombineerd met vaste planten de hoofdrol kregen,” vertelde zij aan Éva Kovács.

 

In dit nummer tevens het laatste artikel in onze serie over Nederlands tuin- en landschapsarchitecten uit de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. De Haagse tuinarchitect Theodoor Johan Dinn richtte zich vooral op de in die tijd opgekomen villatuinen. Hij was een groot pleitbezorger voor eenheid tussen huis en tuin en het feit dat de tuin er moest zijn voor de planten. Dit artikel kunt u, samen met de andere artikelen in deze reeks over onder andere Tine Cool en Gerard Bleeker, terugvinden op onze geheel vernieuwde website.

 

De NTs is een ‘sociaal groenproject’ gestart in de Amsterdamse buurt Betondorp. In samenwerking met de Stichting Present worden voortuinen aangepakt om het aanzien van de wijk en het woonplezier van de bewoners te verbeteren. In dit Tuinjournaal leest u meer over dit nieuwe initiatief, dat door verschillende organisaties wordt gesteund. De NTs is erg positief en wil de volgende keer graag de eigen donateurs bij het project betrekken.

 

Voor het downloaden van de artikelen uit dit Tuinjournaal klik hier