login | contact | nieuwsbrief

Volg ons op         

    

Door het uitgeven van speciale publicaties verspreidt de NTs kennis op het gebied van tuinarchitectuur, tuinkunst en historisch groen erfgoed.


Tuinarchitecten uit de jaren twintig en dertig: Gerard Bleeker (1852 – 1956)

Veelzijdig

Bleeker, die vanaf 1906 tot 1924 werkzaam was voor zijn oom Leonard A. Springer, vestigde zich in 1924 als zelfstandig tuinarchitect. Eén van zijn eerste grote opdrachten was het ontwerpen van ‘een park tevens arboretum’ in de landschapstijl ten behoeve van de inktfabrikant Max Th. von Gimborn, die uit liefhebberij bomen verzamelde. Het Von Gimborn Arboretum, nu een belangrijk arboretum in Nederland, is nog altijd een uniek voorbeeld van Bleekers werk en befaamd vanwege de bijzondere collectie bomen en struiken. Ook andere grotere opdrachten kenmerkten zich door de landschapstijl. Bleeker vond deze stijl echter niet geschikt voor de kleinere villatuinen die in het begin van de twintigste eeuw ontstonden in de nieuwe villaparken zoals het Gooi en Kennemerland.

 

Naast zijn werk als tuinarchitect is Bleeker vele jaren werkzaam geweest in het onderwijs. Ook was hij onder meer adviseur van de gemeente Heemstede. Bleeker is vanaf de oprichting betrokken geweest bij de Bond van Nederlandse Tuinarchitecten (BNT).

 

 

Grondregels voor het ontwerpen van tuinen

In zijn boek ‘Tuinkunst, het ontwerpen en tekenen van kleine villatuinen’ (1950) gaf Bleeker tien grondregels bij het ontwerpen van tuinen. Voorop staat de goede compositie, het fraaie geheel. Alleen dan maakt het werk aanspraak op de naam van tuinkunst, aldus Bleeker. Tuinkunst vormt voor Bleeker een onmisbare schakel in de keten van de andere beeldende kunsten. Pas door de aanwezigheid van tuinkunst komt het mooie van een bouwwerk tot zijn recht.

De grondregels van Bleeker zijn nog steeds algemeen geldend. Samengevat:

– Elke lijn of plaats van een boom of struik moet goed gemotiveerd zijn. Goede plantenkennis is hierbij een vereiste.

– Een goede verhouding van het tuinplan tot de oppervlakte en de te bereiken hoogte en een goede combinatie van kleur, wat beplanting betreft en in relatie tot andere voorwerpen in de tuin, is van belang. Alles is één geheel.

– De beplanting dient in alle jaargetijden aantrekkelijk te zijn.

– Een tuinplan dient rekening te houden met de geschiedenis van de bouwwerken en met de stijl van het huis. Ook dient rekening te worden gehouden met de gesteldheid van het terrein, met de omgeving en met de eisen die de planten stellen aan hun standplaats.

– Van elke aanleg, groot of klein, dient een zekere rust uit te gaan en alle tuindelen moeten goed bereikbaar zijn .

Opvallend hierbij is dat in de ontwerpen van Bleeker de oprit en garage vaak veel plek kregen. Dat kwam omdat het gebruik van de auto in die tijdsnel toenam door de economische opgang, zeker ook bij de clientèle van Bleeker.

 

 

Eenvoud is schoonheid
Op het ontwerp van een tuin in Oegstgeest (1937) is een geometrische aanleg te zien bij het huis. Bleeker’s motto : ‘Eenvoud is Schoonheid’ is in dit ontwerp terug te zien. Tuin en huis vormen een harmonisch geheel met gemetselde elementen als keermuren en trappen zoals kenmerkend voor de Architectonische tuinstijl. In de nabijheid van het huis zijn de lijnen recht: strakke paden, een waterbassin en een rozentuin terwijl verderop pad en beplanting meer natuurlijke lijnen volgen. De structuur van de tuin is grotendeels nog aanwezig evenals het waterbassin.

 

Eric Blok heeft in 1992 onderzoek gedaan naar de tuinontwerpen van onder andere G. Bleeker, waarbij hij een aanbeveling heeft gedaan voor het behoud van een aantal geselecteerde tuinen. Tot nu toe is met die aanbeveling nog niets gedaan. Het zou goed zijn de informatie over de te behouden tuinen ten minste (ten minste 2 woorden) te actualiseren. Nog mooier zou feitelijk behoud zijn!

 

Bronnen:

Nederlandse Tuinarchitectuur III , Jongere tuinkunst 1900-1940 – Ir. Eric Blok (1993). Uitgave verkrijgbaar bij de NTs.
Tuinkunst – G. Bleeker (1950).

www.gimbornarboretum.nl.

 

 

 

 

 

 

 


Bestel studie