login | contact | nieuwsbrief

Volg ons op         

    

Als donateur steunt u de doelstellingen van de Nederlandse Tuinenstichting; het beschermen van waardevol tuinhistorisch erfgoed. De Nederlandse Tuinenstichting heeft uw steun hard nodig om een groene toekomst te kunnen waarborgen.


Op naar een groene toekomst – een verslag van het NTs Symposium “Groene Historie en Groene Toekomst”

Er zijn momenteel veel maatschappelijke veranderingen gaande die invloed hebben op de parken en tuinen van Nederland en hoe we de natuur beleven. Tijdens het Symposium “Groene historie en Groene toekomst” dat de NTs op 23 september organiseerde, werd er naar de toekomst gekeken. Er is gediscussieerd over de parken en tuinen die na 1985 zijn ontworpen en aangelegd die wellicht geselecteerd kunnen worden voor de Open Tuinengids 2018. Welke tuinen hebben een bijzondere toekomstwaarde en wat zijn belangrijke selectiecriteria? Dit zijn geen eenvoudige vragen, en na dit symposium is er zeker stof tot nadenken. 



Tijdens het lustrumsymposium van de NTs in 2015 kwam het ook al naar boven: de stichting moet verjongen. Destijds was het thema “Tuinen van de Toekomst” en werd er gekeken naar trends en tijdelijke fenomenen en ontwikkelingen. Het symposium van 23 september was min of meer een voortzetting van het symposium twee jaar terug, maar werd er vooral naar duurzame ontwikkelingen gekeken voor de lange termijn. De stichting wil een breder publiek aanspreken, met name ook een jonger publiek, en zal om die reden ook naar de toekomst kijken van tuinen en parken. De stichting wil de komende 20 jaar op zoek gaan naar nieuwe tuinen door te luisteren naar maatschappelijke veranderingen, om op deze manier het aanbod van tuinen in de Open Tuinengids te verbreden.

Wat is de tuin van de toekomst?

Maar wat is “de tuin van de toekomst”? Het is lastig om objectief te bepalen of een tuin bijzondere toekomstwaarde heeft, dit kan namelijk van verschillende ideeën en perspectieven afhangen. Om een paar van die perspectieven te laten zien en inspiratie op te doen over de “tuin van de toekomst”, waren er drie sprekers uitgenodigd, Rosanne Schrijver, Margot van Beem en Saskia de Wit. Elk spraken zij over verschillende tuinen en benaderingen van tuinontwerp, met elk net een andere visie op wat een tuin van de toekomst zou kunnen zijn. 

Rosanne Schrijver

Stadstuin Kempkensberg, foto www.baljon.nl/

Zo vertelde Rosanne Schrijver, landschapsarchitect bij Lodewijk Baljon Landschapsarchitecten, over het ontwerp en de aanleg van de Stadstuin Kempkensberg Groningen, waar zij zelf in 2005 ook aan heeft meegewerkt. In deze stadstuin zijn natuur en techniek en stad nauw met elkaar verbonden, en wordt de functie van de tuin als stadstuin meegenomen in het ontwerp van begin tot eind. Rosanne Schrijver benadrukte dat de betrokkenheid van de landschapsarchitecten bij het ontwerpen en aanleggen van (grotere) stadstuinen zeer belangrijk is, zeker in de toekomst.

Margot van Beem

foto: www.visavisontwerpers.nl

Margot van Beem, tuinontwerper bij Vis à Vis, heeft daarentegen een ander perspectief. Zij werkt met ecologische tuinen, die vaak kleiner van schaal zijn dan een tuin zoals de Kempkensberg. Haar nadruk ligt dan ook op het gebruik van veel inheemse soorten die heel nauwkeurig worden geselecteerd om het inheemse ecosysteem in stand te houden. “De juiste plant voor de juiste plek”, zoals ze het zelf beschreef. De “tuin van de toekomst” voor Margot van Beem is er een die behoorlijk zelf-onderhoudend en ecologisch duurzaam is. 

Saskia de Wit

uit boek: Hidden Landscapes The metropolitan garden and the genius loci

Saskia de Wit, tuinarchitect, onderzoekster en schrijfster, ging in op de toekomst van de tuin met een andere benadering. Zo vertelde ze onder andere over het metropolitane landschap: een hybride vorm van gebouwen en parken die in elkaar overgaan. De scheiding tussen stad en natuur is al tijden aan het vervagen, en zal in de toekomst enkel nog maar vager worden. De Wit pleit dan ook voor metropolitane tuinen, waar de mens zich even terug kan trekken in een groene omgeving, om even weg te zijn van de drukte van de stad. De natuur zal volgens haar meer gaan fungeren als gebruiksvoorwerp voor de mens, en voor haar is de “tuin van de toekomst” een tuin die dit in acht neemt en zo veel mogelijk zintuigen aanspreekt van de mens. 

Selectiecriteria

Deze perspectieven, en de ideeën die uit de interviews waren gekomen voorafgaand aan het symposium, zijn gebruikt om een aantal selectiecriteria op te stellen. Na de drie korte lezingen werd de groep opgedeeld in groepjes van zo’n vier personen, en kreeg elk groepje een tuin toegewezen uit de lijst van acht ingebrachte tuinen, die voorafgaand aan het symposium naar de deelnemers was toegestuurd. Aan de hand van de zes vooraf opgestelde criteria (natuur, landschap, beplanting, ontwerp, beleving en techniek) werd elk groepje geacht deze tuin te beoordelen en een typering te maken. Dit bleek vaak makkelijker gezegd dan gedaan. De resultaten van deze beoordelingen werden dan ook bediscussieerd met de hele groep en er werden nog enkele extra criteria gesuggereerd die ook van belang zouden zijn voor het selecteren van de “tuinen van de toekomst”, zoals educatie, onderhoud en het belang van de plek. Deze nuttige discussie moest helaas worden afgebroken om voldoende tijd en ruimte te bieden aan het verhaal van gastvrouw Djoeke van Zwetselaar over haar eigen tuin in Groenekan.

Toekomsttuin

Aan het einde van de middag was het wel duidelijk dat het doel om een open discussie op gang te zetten volbracht was. Hoe bepaal je of een tuin werkelijk vooruitstrevend en innoverend is? Wat zijn de eigenschappen van een bijzondere toekomsttuin
Bovendien zal de NTs waarschijnlijk een keuze moeten maken over of ze ook publieke tuinen en parken in de Open Tuinengids wil opnemen, aangezien persoonlijke tuinen steeds kleiner en schaarser worden en veel bijzondere tuinen steeds vaker publiek toegankelijk zijn.
Er zal nog veel moeten nagedacht over deze kwestie, maar dit symposium was zonder twijfel een grote bron van inspiratie voor de Open Tuinencommissie, de NTs en de aanwezigen.

Tekst en beeld: Hanna Bouma