login | contact | nieuwsbrief

Volg ons op         

    

Als donateur steunt u de doelstellingen van de Nederlandse Tuinenstichting; het beschermen van waardevol tuinhistorisch erfgoed. De Nederlandse Tuinenstichting heeft uw steun hard nodig om een groene toekomst te kunnen waarborgen.


Verslag ‘Op zoek naar sporen van Gerrit Vlaskamp’ (1834-1906)

‘Vlaskamp, was hovenier en tuinontwerper van de Friese notabelen in de late 19e eeuw. Zijn vormentaal lijkt op die van Roodbaard en Vroom Sr., een kleinschalig patroon van slingerende paden en verspreid in het gras, bloemperken en bijzondere bomen. Ontvangst in de oude kerk van Mantgum. We wandelen door het pittoreske dorp met tuinarchitect Nico Kloppenborg. We bezoeken een prachtig gaaf complex van huis en tuin uit 1882 (beide Rijksmonument). ’s Middags bezoeken we in Easterein, De Oude Pastorietuin (omgrachte wandeltuin, paardenwei en productietuin). We sluiten af met een rondleiding door het Wilhelminapark in Sneek, een park rijk aan interessante bomen die inmiddels zijn uitgegroeid tot indrukwekkende, monumentale exemplaren. Eigenaren vertellen over onderhoud en renovatie van dergelijke, volgroeide, onder bijzondere architectuur aangelegde tuinen.’

 

De Seerp van Galemawei in het Friese dorp Mantgum is een mooie, lommerrijke straat met aan weerszijden historische woningen met royale tuinen. De hervormde Mariakerk is het startpunt van deze excursie. De kerk uit circa 1500 waarschijnlijk gebouwd op zijn voorganger uit de Middeleeuwen heeft een voor Friesland unieke ronde preekstoel en men gaat er vanuit dat al het meubilair en houtwerk afkomstig is van eiken uit Litouwen. Het houtsnijwerk achter in de kerk, in Lodewijk XVI-stijl, bevat veel bloemen en bladeren.

Inleiding over Vlaskamp door Nico Kloppenborg

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kerk en kerkhof worden omgeven door een prachtig ijzeren hekwerk. Er was indertijd een Koninklijk Besluit voor nodig om i.p.v. een indertijd verplichte haag het hekwerk te behouden.

Tuinontwerper Nico Kloppenborg vertelt over de betekenis van Vlaskamp voor Mantgum. Als hovenier en tuinontwerper heeft hij hier een aantal tuinen ontworpen en aangelegd o.a. rond de karakteristieke woningen met een voordeur in het midden en twee of drie ramen aan weerszijden. Notabelen waren over het algemeen geen enthousiaste tuinliefhebbers, maar zij wilden een rijke uitstraling van hun woonhuis en een mooi ontworpen tuin met imposante bomen droeg daar aan bij. Vaak werd op de lastig te bewerken kleigrond een 60-70 cm dikke laag woudgrond gelegd. Na 1850 kweekten kwekers een grotere variëteit aan bomen en planten en deze werden ook door Vlaskamp toegepast (bontbladige esdoorn, Aucuba, witte moerbei, goudiep)

In de loop van de tijd zijn 65% van de door Vlaskamp ontworpen tuinen en parken in Friesland verdwenen en daarmee verdween ook dit assortiment. Bovendien wisselden in de jaren zestig van de 20ste eeuw veel huizen in Mantgum van eigenaar. Omdat het relatief kleine huizen en tuinen waren ging er nogal eens een tuin op de schop.

Nico’s Terptuin grenst aan het kerkhof en ligt rondom de voormalige consistorie, dat nu zijn woonhuis is. (Open Tuinen Gids 2018, 38 )

 

Achter het huis ligt de steile afgegraven helling van de terp, waarover een pad loopt met fikse haarspeldbochten om het verval te overbruggen. Het pad wordt begrensd door haagbeuk, die in de voortuin terugkeert in de vorm van hoog opgaande zuilen. Vaste planten in grote decoratieve bruine plantenzakken en een grote groep Euphorbia’s geven een sfeervol beeld.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vervolgens leidt hij ons door het dorp langs de goed bewaard gebleven bewaarschool, een oude fruitmuur die maar geen rijksmonument wil worden, en de onderwijzerswoning. Met enige verbeelding kunnen we, de weg overziend, ons voorstellen hoe vroeger meerdere tuinen van de hand van Vlaskamp aan de Seerd van Galemawei elkaars beeld moeten hebben versterkt. Zelfs tegenover elkaar liggende huizen vormden door het ontwerp een eenheid.

Zo weerspiegelt in de gracht rondom de Vlaskamp tuin van Tjerkje Postma en Jan Willem Verhoef onze volgende pleisterplek, het huis van de overburen zich in het water. Tjerkje wacht ons op, staand op het bordes.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In de Open Tuinen Gids 2018, 39 wordt hun huis en tuin als volgt beschreven:

‘Het neo–classicistische huis en de voortuin spiegelen zich in de brede gracht die het terrein omsluit. Vanaf de weg ziet men onder de laag hangende takken van oude lindes het huis en de tuin in volle glorie liggen. Glooiende grasvelden, een monumentale ‘kruliep’ en slingerpaden bepalen het beeld. In de gazons liggen de voor Vlaskamp zo kenmerkende ovale en niervormige bloem- en heesterbedden. De tuin is in 1882 door Gerrit Vlaskamp ontworpen en vrijwel ongewijzigd de tijd doorgekomen. De tuin en het huis zijn Rijksmonument. In de tuin vinden we nog delen van de oorspronkelijke beplanting. Is de voortuin voor het aanzien en de openbaarheid, de achtertuin is privé en meer gericht op het nut.

Een schapenwei met hoogstamfruitbomen, een moestuin omgeven door een takkenwal. Voor het koetshuis en de paardenstal liggen grenzend aan het grind enkele kleine borders. In de winter kan vanuit de serre van de tuin genoten worden.’

Aan de buitentafel bladeren we in het boek ‘De vergeten tuinen van Gerrit Vlaskamp, Ontwerp en praktijk van de landschapsstijl in Friesland in de negentiende eeuw’ van Ernst Bruinsma en Yme Kuiper (Uitgever Stichting Algemiene Fryske Underrjocht Kommisje Leeuwarden)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het is beslist geen straf om met prachtig, zonnig weer door het Friese vlakke land te rijden op weg naar onze lunch in Oosterend en naar de Pastorietuin van landschapsarchitect Menno Landstra (Open Tuinen Gids 2018, 28).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voordat Menno ons rondleidt gaan we nog even de Martinikerk in en bekijken de zeldzame en spectaculaire doksaal, een wand met bogen die het schip scheidt van het koor.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Menno vertelt over de restauratie van zijn prachtige, in 1863 door Vlaskamp aangelegde, pastorietuin. De tuin bestaat uit vier onderdelen, de overtuin, de wandeltuin rondom de pastorie met gracht, de ommuurde moestuin en de paardenweide. Alle onderdelen horen oorspronkelijk bij de pastorie. 14 en 17)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De overtuin ligt aan de achterkant van de pastorie achter de gracht. Het zijn twee royale rechthoekige vlakken met een haag die de straat aan het zicht onttrekt. Hier experimenteert hij met een onderhoudsvriendelijke border. Onder een 15 cm dikke laag scherp zand worden vaste planten en bollen (o.a. tulpen) geplant waarvan de wortels de weg naar beneden moeten vinden. Alles wat op de bovenlaag valt, sterft van armoe af.

De meters lange rand met pioenrozen – hoe zal dat eruit zien als ze bloeien!- langs de gracht is een voorproefje van wat nog komen gaat.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bij de tuin past de op Victoriaanse leest geschoeide royale kas. Deze staat haaks op de zijkant van de pastorie; het verstoort de structuur van de Vlaskamptuin niet, het maakt de tuin eerder tot een levend geheel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoe kap je 20 volgroeide bomen in een tuin waar nog geen minikraantje kan komen? Je bestelt op een dag de grootste telescoopkraan van Nederland. Deze blijft buiten het terrein staan en kan met zijn hele lange arm de bomen bereiken. Ze worden een voor een van onderen doorgezaagd, opgetild, in de paardenweide neergelegd, verzaagd en afgevoerd. En de stompen doen dienst als beschoeiing voor de gracht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In het gazon aan de voorkant van de pastorie staan een monumentale bruine beuk, een plataan met diep ingesneden blad, die het licht mooi filtert en een forse taxus. Deze bomen stammen nog uit de tijd van Vlaskamp. Menno heeft de borders met bijzondere, eigentijds planten en heesters ingeplant. Zo keert langs de randen het frisse, bewegende groen van Hakonechloa terug en hij schuwt een randje met gewone roodbladige begonia’s niet. Er was wat te weinig tijd om in detail te kijken naar al dit moois, want we werden naar een al even mooi vormgegeven moestuin geleid, leifruit langs de muren, groentjes op kleur. Om de hoek, op een schaduwrijke plek de composthopen, één voor tuinafval en één voor blad. In Menno Landstra huist een kunstenaarsziel, dat kan niet anders.

Douwe de Groot, beleidsadviseur Groen van de Gemeente Súdwest Fryslân wacht ons op bij de ingang van het Wilhelminapark in Sneek. Het is duidelijk dat Douwe zeer betrokken is bij dit bijzondere park, het laatste werk van Vlaskamp uit 1898 en volgens velen ook zijn mooiste werk. Douwe heeft in de parkwachterswoning gewoond en is, samen met Alice de Booij, schrijver van 100 jaar Wilhelminapark Sneek, 1998, IS 90 901 1457, een boek over dit bijzondere park, dat samen met het Vondelpark in Amsterdam, het enige publieke park is dat rijksmonument is. Hij vertelt ons over de geschiedenis van het park, het ontwerp van Vlaskamp, de bijzondere bomen die hij heeft aangeplant en het onderhoud dat de gemeente nu aan dit park besteedt. Het is duidelijk dat Douwe er plezier in heeft de bomenkennis van de deelnemers te testen. Gelukkig brengen we het er als Nts leden niet al te slecht vanaf, de Parrotia persica wordt geraden. Maar bij de Carpinus betulus ‘Quercifolia’, de eikbladige beuk een wonderlijke boom met zowel eik- als beukvormige bladeren, laten we het afweten.

Aan het eind van de 19e eeuw daalden het aantal wezen waarop de voogden van het Old Burger Weeshuis besloten een deel van hun inkomsten aan algemene voorzieningen te besteden, waaronder een park dat ‘ eene vergoeding voor het gemis aan lommerrijke wandelingen in de nabijheid van de stad’ moest bieden.

Net als de ontwerpen van de Leeuwarder tuinarchitect Roodbaard is het ontwerp van Vlaskamp van het Wilhelminapark zeer gesloten en naar binnen gekeerd. Hij voorzag de randen van een opgaande beplanting. Een verschil met ontwerpen van ander tuinarchitecten uit die periode is dat er vrijwel geen relatie is met het omliggende landschap. Misschien had Vlaskamp een vooruitziende blik, want het park ligt nu te midden van woonwijken die dat zicht helaas niet waard zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Douwe laat ons de zichtlijnen zien die op Vlaskamps ontwerp zijn aangebracht en die nog steeds waarneembaar zijn. Door de hoogteverschillen, sterk slingerende paden, waterpartijen en de gevarieerde beplanting, slaagde Vlaskamp er in het betrekkelijke kleine terrein, slechts 4 voetbalvelden groot, veel groter te laten lijken dan het in werkelijkheid is.

Het onderhoud van het park heeft bij de gemeente Sneek duidelijk prioriteit; zowel aan het onderhoud van natuurlijke, als aan het onderhoud van de architectonische elementen, wordt veel zorg besteed. Bruggen, banken en volière zijn bij het 100 jarig bestaan van het park gerestaureerd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De borders worden 2 x per jaar met één-jarigen opnieuw ingeplant en jaarlijks gaat men met een hoogwerker door het park om bomen te snoeien.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bij verlies van beeldbepalende bomen worden nieuwe bomen aangeplant. De monumentale bomen uit Vlaskamps tijd worden regelmatig doorgemeten met behulp van moderne technieken als geluidstomografie die een beeld geven van het inwendige van de boom.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De bekendste boom van Sneek is ongetwijfeld de Gewone Vleugelnoot waar kosten nog moeit zijn gespaard om die te behouden. In 1976 werd door een boomchirurg het verrotte binnenste van de stam verwijderd, de buitenste groeilaag werd met pennen aaneengeklonken en de zware takken werden met staalkabels verzekerd. Een ideale klimboom voor kinderen. De vleugelnoot is afkomstig uit het Kaukasusgebergte. Hij groeit daar langs rivieren en kan langdurige overstromingen doorstaan. In ons land treft men de vleugelnoot dan ook aan langs waterpartijen waar hij wel 15 meter hoog kan worden.

Pterocarya fraxinifolia/ Gewone vleugelnoot

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De excursie werd afgesloten met een glaasje sap bij de dubbele en overdekte ‘Ouden van Dagen’ bank van gemeentearchitect S. Jellema uit 1920.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tekst :Thea Brouwer en Ysk Vondeling

Foto’s: Robert Jonker en Menno Landstra