Verschenen artikelen in het Tuinjournaal
Tuinjournaal juni 2010
Themanummer: Kleur in de tuin
Inhoud juninummer:
Lustrumdag in Schoonhoven. Éva Kovács
De NTs bestaat dertig jaar. De toekomst is helder: de waarde van groen onder de aandacht
brengen en de bewustwording op verschillende maatschappelijke niveaus stimuleren.
Artistieke tuinkleuren. Éva Kovács
Publicaties over tuinkleuren zijn heel inspirerend. Hoe zo’n creatief proces in de praktijk verloopt en waarom een plantencombinatie wel of juist niet aanspreekt, komt de nieuwsgierige minder gemakkelijk te weten.
Kleurenleer als basis voor de landschapsarchitectuur. Korneel Aschman
Eduard Petzold probeerde aan de hand van de kleurenleer ‘natuurlijke’ harmonische
schilderijen voor parken te ontwerpen.
Rode beuken, bloedbeuken en bloedbomen. Leo Goudzwaard
Beuken met rode bladeren zijn vanaf de achttiende eeuw erg populair in West-Europa. Zij vormden een statussymbool.
Over kleur en vorm; een essay. Joost Gieskes
Tuinieren is een intensieve maar heerlijke bezigheid. De natuur staat u terzijde. Zich daarnaast verdiepen in de kleurenleer kan beslist geen kwaad en het verrijkt de geest.
Kleur op de buitenplaats. Ronald van Immerseel
De Noordwijkse buitenplaats Calorama heeft een oude achtzijdige koepel met groene, gele, rode en blauwe ruitjes. Door de ruitjes kan men het park respectievelijk in het voorjaar, de zomer, de herfst en de winter aanschouwen.
Kleur in de tuin volgens Mien Ruys. Leo den Dulk
Mien Ruys stelde dat kleur één van de belangrijkste elementen is die het karakter van de tuin bepalen. Kleur is een abstract gegeven, dat rationeel benaderd moest worden.
Groen erfgoed in de monumentenzorg. Henk van der Eijk
De NTs is blij met de toenemende behoefte aan kennis over monumentaal groen bij gemeenten, maar bezorgd over de dreigende versnippering van kenniscentra op het gebied van groen erfgoed.
Speciale excursies voor donateurs. Carla de Jonge
In juni worden het zeventiende-eeuwse kasteel Wijlre en een particuliere tuin in Voerendaal bezocht. De excursie op 9 juli naar Lottum staat in het teken van de roos.
Tuin de Lage Oorsprong: oase van kleuren, geuren en vormen. Jorieke Klein Leetink en Lietje de Vree
Begin dit jaar zijn overal in de tuin bloembollen aangeplant. Van vroeg in het seizoen tot in het najaar biedt Tuin de Lage Oorsprong een veelkleurige aanblik.
Nieuw project Monumentencommissie: het Wantijpark in Dordrecht. Marianne van Lidth de Jeude
Bewaker van het groene erfgoed. Marian Lenshoek
Verkorte versie van het NTs-jaarverslag 2009
Tuinjournaal maart 2010
Themanummer: Heggen en hagen
Inhoud:
Nieuws van de Tuinenstichting
Pagina 6 en 7
Herstelplan voor het landgoed Twickel. Hanneke Jelles
Het groen van landgoed Twickel werd keurig beheerd, maar groeide steeds verder dicht. De bekende landschapsarchitect Michael van Gessel werkte mee aan het herstelproces.
Groene kamers, groene muren. Éva Kovács
Door hun verticale en horizontale lijnenspel en hun massa, behoren hagen als structuurdragers tot de belangrijkste ruimtelijke ontwerpelementen van de moderne tuin. Een beknopte geschiedenis.
Heggenlandschappen. Floris van Hintum
Voordat prikkeldraad en harmonicagaas de wereld verdeelden in mijn en dijn, was er de heg in alle denkbare toepassingen, naast muren van steen en schuttingen van hout.
Hagen, als kader en versiering. Julia Voskuil
Tuin- en landschapsarchitect Jaap Poortvliet maakt in zijn tuinontwerpen veel en graag gebruik van hagen. “Wat muren zijn voor een gebouw, zijn hagen voor een tuin, ze zijn het ruimtelijke kader.”
‘Na al die jaren ga je zo’n haag kennen’. Korneel Aschman
De NTs vroeg Paul Klein Gunnewiek, tuinbaas van buitenplaats Middachten, naar zijn ervaring met het onderhoud van de monumentale hagen op de buitenplaats.
Beeckestijn: Podium voor tuin- en landschapscultuur. Éva Kovács
De achttiende-eeuwse buitenplaats Beeckestijn in Velsen-Zuid krijgt een nieuwe functie als nationaal centrum voor tuin- en landschapscultuur.
Dertig jaar Nederlandse Tuinenstichting. Éva Kovács
De NTs viert dit jubileum met twee lustrumdagen en speciale excursies.
Goed kijken: het oorspronkelijke ontwerp van hagen. Joost Gieskes
Veldonderzoek is onontbeerlijk. Niet alleen op kaarten en documentatie, maar ook in het veld.
Hagen en heggen in de tuinzondernaam. Frank Thuyls
Ons motto is: “Zorg dat je hagen strak in het pak zitten, dan kan een uitbundig bloeiende border flink zijn gang gaan.”
Behoud van groen erfgoed leidt tot nieuwe functies. Jan-Willem Edinga
In de groene erfgoedsector is sprake van een ontwikkeling naar specialistische functies. Voorbeelden zijn tuin- en landschapsconservator, erfgoedhovenier en intendant cultuurlandschap.
Tuinjournaal december 2009
Themanummer: (on)gewenste exoten
De Nederlandse flora is enorm verrijkt door de eeuwenlange import van exotische planten en bomen. Plantenjagers brachten prachtige exoten mee, die we voortkweken en koesteren vanwege hun sierwaarde.
Terecht zijn we trots op onze uitheemse soorten: ze hebben bijgedragen aan een meer gevarieerd planten- en bomensortiment, ze zijn een vertrouwd beeld in tuinen en openbaar groen en we genieten volop hun kleur en langere bloei.
De meeste exotische planten passen zich goed aan, maar een aantal ontwikkelt zich explosief en overwoekert onze inheemse flora. Woekerende planten en bomen gedijen bij gebrek aan natuurlijke belagers. Hun opkomst blijkt wereldwijd de belangrijkste oorzaak te zijn van het uitsterven van inheemse planten.
Hun overheersing is alleen te temmen door zelf alert te zijn: weet wat u (ver)koopt en houdt in de gaten hoe de planten zich in uw tuin gedragen.
Inhoud decembernummer:
Nieuws van de Tuinenstichting
Pagina 6 en 7
Terug naar de wintertuin, een middernachtelijke ontdekking. Luis Marmol
Op een winternacht, toen ik door de Molenstraat in Den Haag reed, viel mijn oog op een winkel met oude landkaarten. Ik kon mijn geluk niet op, want voor mij lag de sleutel tot een mysterie dat me had beziggehouden sinds ik enkele maanden daarvoor als tuinman bij het Vredespaleis ben gaan werken.
Dodelijke exoten. Éva Kovács
Tuinen en parken worden van alle kanten bedreigd en, hoe vreemd het ook klinkt, ook door sierplanten. Onze mooiste tuinplanten zijn vaak door plantenjagers uit verre oorden naar ons toe gebracht. Maar als planten op een onnatuurlijke manier uit hun thuisland worden weggehaald heeft dat vaak dramatische gevolgen.
De vogelkers. Joost Gieskes
We kennen in Nederland twee soorten vogelkers: de inheemse (Prunus pádus) en de Amerikaanse (Prunus serótina). Ogenschijnlijk lijken beide soorten op elkaar, maar het blad heeft kenmerkende verschillen: Prunus padus heeft dofgroen blad met aan de onderzijde een duidelijke nervenstructuur, de Prunus serotina heeft donkerder, glanzend blad, en veel minder opvallende nerven. De Amerikaanse vogelkers is ook bekend onder de naam bospest wegens het woekerend karakter.
Invasieve plantensoorten in onze tuinen. Leni Duistermaat
In dit Tuinjournaal staat een overzicht van het Nationaal Herbarium Nederland van niet-tropische exotische soorten die in Nederland verkocht worden en die ergens ter wereld al invasief zijn, opgesplitst in een groep soorten die bij ons (nog) niet ingeburgerd zijn en soorten die dat al wel zijn, dat wil zeggen zich zelfstandig kunnen handhaven en uitbreiden.
Heracleum mantegazzianum: de grote onvriendelijke reus. Anne Wolff
Er wordt over hem gesproken in militaire termen: verovering, tegenoffensief, actieplannen, preventie, vroege detectie, uitroeiing, en onstuitbare invasie. Maar de met gif bewapende vijand is echter al overal. Hij staat hoog en fier gekroond langs wegen en rivieren, in weilanden, bossen, parken en tuinen. De reuzenberenklauw is thuis in het Nederlandse landschap.
Een hortulanus over exoten. Korneel Aschman
Buitenplaatsen en arboreta zijn bij uitstek plaatsen waar exotische bomen worden gekoesterd. Daarom vroegen wij Gert Fortgens, directeur/hortulanus van Trompenburg Tuinen&Arboretum in Rotterdam, naar zijn ervaringen. Zowel met terreurdreiging als met het plezier dat exoten geven.
Liever een knotwilg. Julia Voskuil
Een stokoude olijf in een grote kuip is tegenwoordig hèt statussymbool voor (kleine) tuinen en terrassen. Geen jong exemplaar, maar een eerbiedwaardige grijsaard met imposante stam. Het gebruik van exoten is van alle tijden, want wat je ver haalt is lekker. Daar is niets mis mee.
De tuinterreur van zevenblad. Marjan Sorgdrager
‘What’s in a name’ zijn gevleugelde woorden van Shakespeare. Wat is kruid en onkruid. Zevenblad is een prachtig kruid als het bloeit, maar wat hebben we er allemaal een gruwelijke hekel aan. Gelukkig had ik nog nooit met dit onkruid te maken gehad toen ik naar mijn, ondanks alles, heerlijke tuin verhuisde.
Streven naar tuinhistorische, horticulturele en ruimtelijke kwaliteit. Jan-Willem Edinga
Naar aanleiding van de Verklaring van Arnhem van 9 oktober 1999 heeft het bestuur van de NTs het initiatief genomen om een opleiding voor professionals in het groene erfgoed én een nadere regeling te ontwikkelen voor de bescherming en subsidiering van groene monumenten. De NTs blijft zich volop inzetten voor de bescherming van groen erfgoed; in 2010 verschijnt de vernieuwde en uitgebreidere subsidieregeling voor groene monumenten, waarbij ook tuin- en landschapshistorisch onderzoek en de instelling van een groene erfgoedwacht aan de orde zijn.
Ontwikkelingen rond het Frederikspark in Haarlem. Monumentencommissie
De NTs is tegen de bouw van noodschoollokalen voor de Dreefschool in het rijksmonument Frederikspark te Haarlem. Christo Van Zweeden van de Monumentencommissie heeft op de hoorzitting van de gemeente Haarlem over deze kwestie het NTs-standpunt toegelicht.
Wertheimpark. Tom Buys
Voor de hbo-opleiding Groen Ruimtelijk Erfgoed aan de Hogeschool van Utrecht heb ik als integrale projectopdracht gekozen voor het Wertheimpark. Het ruim 300 jaar oude park, gelegen in de Plantagebuurt van Amsterdam is tezamen met de nabijgelegen Hortus Botanicus en Artis een hortcultureel bepaalde plek. Van harte hoop ik dat een landschapsarchitect de opdracht zal krijgen om, met alle wensen die er zijn, het park zijn authentieke karakter terug te geven.
Tuinjournaal september 2009
Themanummer: groene wederopbouwmonumenten
Voor gebouwen uit de ‘wederopbouwtijd’, de periode 1940-1958, heeft het ministerie van OCW zelfs een ‘top 100’ samengesteld van monumenten die het waard zijn om te worden beschermd.
Maar voor tuinen en landschappen uit de wederopbouwtijd is nog nauwelijks aandacht. Tuinen uit deze periode zijn niet beschermd of geïnventariseerd en ze hebben dus geen enkele status. Groene ontwerpen uit de wederopbouwperiode zijn belangrijk om inzicht te krijgen in de historische ontwikkeling van Nederlandse tuinen en landschappen.
In dit Tuinjournaal daarom aandacht voor het groen uit de wederopbouwtijd, om de belangstelling te vergroten voor deze periode die werd gekenmerkt door licht, lucht en aangename landschappen.
Inhoud septembernummer:
Nieuws van de Tuinenstichting
Pagina 6 en 7
Kapeltuin als ‘groene enclave’ weer gewaardeerd. Patricia Debie
Ondanks het feit dat de middeleeuwse kapel ‘Isselt’ al sinds 1339 bestaat en de oorspronkelijke heerlijkheid en haar eigenaren altijd een cruciale rol hebben gespeeld voor de stad Amersfoort, is de locatie in de jaren zestig van de vorige eeuw volledig opgeslokt door een herinrichting als industriegebied. Met een instandhoudingsplan hopen Patricia Debie, Laura Fokkema, Jasper Helmantel en Maarten Vos subsidies te genereren om de kapel haar historische identiteit terug te geven en zo dit groene pareltje voor de toekomst te behouden.
Tuin- en landschapsarchitectuur in de wederopbouwperiode. Marian Lenshoek
In de twintigste eeuw ontwikkelt de tuinarchitectuur anders dan in de voorafgaande eeuwen. Trends volgen elkaar sneller op en het werk van de tuin- en landschapsarchitect wordt sterk bepaald door maatschappelijke invloeden. De periode tussen 1945 en 1965 wordt in het algemeen de ‘wederopbouwperiode’ genoemd. De herstelperiode na de oorlog wordt vanaf 1953 gevolgd door een toenemende welvaart. In tuin- en landschapsontwerpen staan in die jaren krachtige, eenvoudige vormen centraal en zijn rechte lijnen belangrijk. De nadruk ligt op het functionele en de dingen laten zien zoals ze zijn.
Verrassende studiedag Ruys-Rietveld in Bergeijk. Robertien Aberson en Rita den Breeje
In mei organiseerde de Nederlandse Tuinenstichting een studiedag over Mien Ruys. Als locatie werd gekozen werd voor Bergeijk, omdat hier van haar samenwerking met de architect Gerrit Rietveld nog veel interessants is behouden, zoals Weverij De Ploeg, de Villa van Daalen en het plantsoentje rond de Rietveldklok in het centrum van het dorp.
NTs groene wederopbouwlijst - het vervolg. Marianne van Lidth de Jeude
Landschappen, parken en tuinen uit de wederopbouwperiode verdienen bescherming. Een overzicht van deze monumenten is naar minister Plasterk gestuurd.
Studies naar tuinarchitecten van de 20e eeuw. Marianne van Lidth de Jeude
Met studies naar het echtpaar Canneman-Philipse en de tuinarchitecten van de Haagse Kunstkring wil de NTs de belangstelling voor de jaren dertig vergroten.
Wederopbouw Tuin van Zeeland na 1945. Ronald van Immerseel
Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werd Walcheren, de Tuin van Zeeland, door de geallieerden onder water gezet. Bij de reconstructie van het landschap kreeg de beplanting bijzondere aandacht. Het landschapsplan Walcheren kan met recht als een geslaagd worden aangeduid.
Subsidie, buitenplaatsen en de Nederlandse Tuinenstichting. Beline Geertsema
Door de jarenlang opgebouwde, historisch verantwoorde, hovenierskunst heeft de Stichting PHB de verloedering voorkomen van de Nederlandse buitenplaatsen, de ‘parels in het Nederlandse landschap’. U hebt misschien in de kranten, op onze website of in het vorige Tuinjournaal gelezen dat minister Verburg van LNV van plan was de subsidie van € 2,5 miljoen aan de Stichting Particuliere Buitenplaatsen (PHB) stop te zetten. De Tweede Kamer heeft nu een motie heeft aangenomen waarin de minister wordt gevraagd de subsidie in elk geval voor het jaar 2010 te laten bestaan.
Twee tuinjuwelen in Pajottenland
“Met veel gevoel voor historie en het omringende landschap is een moderne vormentuin gecreëerd,” zo beschrijft Julia Voskuil de particuliere tuin van het Baljuwhuis bij het Belgische Kasteel Gaasbeek, dat de NTs in juni bezocht.
“Mien Ruys was mijn grote voorbeeld”. Julia Voskuil
Begin jaren vijftig vestigden Coby en Chris Bulk zich in de Noordoostpolder om een 36 hectare groot akkerbouwbedrijf op te zetten. In de jaren vijftig lieten Coby en Chris Bulk uit Nagele zich inspireren door Mien Ruys. Wonderwel past modern plantengebruik daar goed bij.
Mien Ruys-tuin Rosa Spier Huis bedreigd. Piet Bakker
Nieuwbouwplannen van het Rosa Spier Huis in Laren hebben tot grote onrust geleid. Met de nieuwbouw gaat de tuinaanleg van Mien Ruys geheel verloren. De NTs en de Bond Heemschut ondernemen samen actie. Beide organisaties streven ernaar om een plan te laten ontwikkelen dat de filosofie van de grondleggers van het Rosa Spier Huis respecteert met inbegrip van het behoud van de waardevolle tuinaanleg van Mien Ruys.
Revitalisatie van een wederopbouwwijk. Marleen van Tilburg
De Wijsgerenbuurt is een kleine wijk die in 1953 is gebouwd in Amsterdam Geuzenveld. De wijk is het ruimtelijke en verstilde karakter uit die tijd inmiddels kwijt. Maar de historisch unieke wijk krijgt een nieuwe groene inrichting.
Herstel van de Hollandse Tuin op landgoed Clingendael. Joost Gieskes
In Den Haag is de Hollandse Tuin van Clingendael hersteld, ontworpen naar Engels voorbeeld. Historisch gezien is de term ‘Dutch Garden’ niet juist. Engelse tuinhistorici achten deze term misleidend omdat de suggestie wordt gewekt dat in de Engelse tuinstijl typisch Hollandse invloeden zouden bestaan.
Tuinjournaal juni 2009
Themanummer: volkstuinen
In dit nummer staat - misschien verrassend - de volkstuin centraal. Volkstuinen zijn tegenwoordig parkachtige oases rond steden van groen, bewerkt door particulieren die rust zoeken in een steeds hectischer bestaan. Hun functie als tegenhanger van de stedelijke leefomgeving wordt steeds belangrijker. Volkstuinen zijn belangrijk voor het mentale en fysieke welzijn van mensen, zo blijkt uit onderzoek.
In het buitenland worden volkstuincomplexen vanwege hun cultuurhistorische waarde steeds vaker wettelijk beschermd. Maar ook in Nederland is het beleid dat volkstuinen bij uitbreidingsplannen van gemeenten zoveel mogelijk worden ontzien en dat de aanleg van nieuwe volkstuinen zelfs wordt gestimuleerd.
Inhoud juninummer:
Mien Ruys en de moderne architecten. Leo den Dulk
In de ontwerpen van de architecten van het Nieuwe Bouwen speelde de inrichting van de buitenruimte een even belangrijke rol als de architectuur van het huis. Duiker, Rietveld en Van ’t Hoff lieten aanvankelijk geen tuinarchitecten toe, maar bepaalden de inrichting van de terreinen rondom hun gebouwen zelf. Mien Ruys was één van de eersten die door moderne architecten werd gerespecteerd om haar inzichten.
Wensenlijst van groene wederopbouwmonumenten
De NTs zet groene monumenten op de top100-lijst van monumenten uit de wederopbouwtijd.
Minister dreigt subsidie Stichting PHB stop te zetten
Hiermee dreigt een belangrijk deel van het nationale architectonische erfgoed verloren te gaan.
Gezocht: mensen met volkstuin in de oorlogstijd
Historisch onderzoek naar volkstuinen in Utrecht.
De historie van de volkstuin. Marian Lenshoek
Het kweken van eigen groenten en fruit is altijd al nuttig en noodzakelijk geweest. Hoewel de term ‘volkstuin’ pas wordt gebruikt sinds de negentiende eeuw heeft de eigen groentetuin een langere geschiedenis.
Belangrijk in de ontwikkeling van de volkstuin is de groeiende betrokkenheid van de gegoede stedelijke burgerij met de arme bevolking. De eigen groentetuin leek hier ideaal voor. Het zelf kweken van planten en groenten was een nuttige bezigheid die, naar men hoopte, zou leiden tot orde, regelmaat, netheid en zindelijkheid, maar ook tot geduld, toewijding, wilskracht, vrolijkheid en vriendelijkheid.
Hedendaagse ontwikkeling van volkstuinen. Éva Kovács
Volkstuinen zijn méér dan open ruimtes in of nabij de bebouwde kom waar mooi of nuttig getuinierd wordt. Het zijn flinke groene oases, longen voor de stad, leefgebieden voor flora en fauna. Het zijn plekken waar de mens mentaal en fysiek wel bij vaart en het zijn sociale ontmoetingsplaatsen. Het is zaak om deze waarden te behouden
Tuinieren wordt door alle lagen van de bevolking als aangename bezigheid ervaren. Daarom is het is een uitstekend middel om de ontbrekende sociale samenhang in steden te bevorderen.
Volkstuinen zijn een uitstekend instrument om sociaal-culturele aspecten een positieve impuls te geven en, net zo belangrijk, naar een duurzamer milieu te streven.
Tuinieren aan de rand van Amsterdam. Julia Voskuil
“Een beetje rommelen in je tuintje is heerlijk en het sociale aspect is minstens zo boeiend.” Reintje Gianotten tuiniert al 15 jaar op Nieuw Vredelust, een volkstuinpark aan de zuidoost rand van Amsterdam. De naam Nieuw Vredelust is bekend vanwege het boek ‘Tuin in de branding’ (maart 2007). Reintje heeft het boek uitgegeven. Bekende schrijvers hebben jarenlang in het geheim en onder pseudoniem ** hun tuin- en natuurbelevenissen opgetekend in vers- en verhaalvorm, bij wijze van bijdrage aan het bulletin van Nieuw Vredelust.
Educatieve tuin vergroot betrokkenheid met leefomgeving. Hanneke Prins
“Kinderen blijven een verbondenheid voelen met hun tuintje en blijven vaak nog jarenlang komen om te kijken hoe het met ‘hun’ tuintje gaat,’ zegt Asta Koolhaas van de Griftsteede in Utrecht. “En naast de essentiële aspecten van natuureducatie leren kinderen ook andere belangrijke dingen zoals geduld hebben, verzorgen, samenwerken en delen.
‘Waar de Maarteblomkes bloeien’. Anne Wolf
“Naast de paden, bloeien weer de lenteklokjes, de natte aarde geurt.” zo beschrijft Baukje Wytsma de Martenastate in de vroege lente. Al even vroeg in de lente voerde de donateursexcursie van de NTs in maart 2009 langs eeuwenoude states waar holwortel en voorjaarshelmbloem uitbundig gedijen en waar het geoefende tuinoog de belofte zag van bloeiende velden gele anemoon, daslook, en longkruid.
Volkstuinen als ‘randverschijnsel’. Rudy de Heus
Bij het horen van het woord ‘volkstuin’zullen maar weinig mensen dit associëren met de open tuinen van de NTs. Veeleer dringt zich het beeld op van een perfect onderhouden complex van nutstuinen, waar enthousiaste tuiniers ervaringen uitwisselen en, waar nodig, elkaar helpen. Toch is het verschil tussen de NTS- en volkstuinier lang niet zo groot als men vaak denkt. Of anders gezegd: de tuinier met in kranten gewikkelde stronken andijvie onder z’n snelbinders verschilt echt niet zoveel van zijn collega met de achterbak van de auto vol planten met tongbrekende namen.
Pieter Buys, tuin- en landschapsarchitect, maken en laten. Erik A. de Jong
De kleine beroepsgroep van tuin- en landschapsarchitecten maakt vanaf circa 1950 een markante ontwikkeling door en emancipeert zich tot volwassen, eigentijdse ontwerpers met een eigen netwerk en een eigen opvatting.
De heilzame werking van arbeiderstuinen. Marianne van Lidth de Jeude
De predikant J. Bruinwold Riedel was begaan met het lot van de landarbeider die zelf geen stukje grond had.
Tuinjournaal december 2008
Themanummer: sneeuwklokjes
Zou iemand het sneeuwklokje kennen als het zou bloeien in mei of juni? Het kleine witte bolgewasje zou waarschijnlijk niet eens opvallen. Juist het gegeven dat het frêle bloemetje dapper de winterkou trotseert, spreekt tot onze verbeelding en maakt het sneeuwklokje zo geliefd. Dat effect wordt versterkt als sneeuwklokjes massaal verwilderen. Van sneeuwklokjes kun je lang plezier hebben: ze zijn er van oktober tot eind maart, juist in de tijd dat het tuinwerk afneemt en je volop van ze kunt genieten. Vandaar de keuze voor het sneeuwklokje als thema voor dit Tuinjournaal.
Inhoud decembernummer:
Galanthomanie. Éva Kovács
Het sneeuwklokje is waarschijnlijk niet inheems en samen met andere bolgewassen uit Turkije via het Weense hof bij ons beland. De botanist Clusius, die later de Leidse Hortus stichtte, werkte aan het Weense Hof en was bevriend met Ghiselin de Busbecq, ambassadeur in Istanboel. Aan Busbecq wordt een belangrijke rol toegekend in het ontdekken van de rijkdom van de Turkse tuinen en de introductie van veel bolgewassen in West-Europa. Clusius nam de bollen, die hij van Busbecq kreeg mee naar Leiden en plantte ze in zijn beroemde kruidentuin. Rond deze tijd waren sneeuwklokjes een winterbloeiende rariteit, iets voor een ‘kruidenbed’, vol exotisch ogende curiosa. Het sneeuwklokje werd een verzamelaarsobject en daarmee een statussymbool, ofschoon dit nooit de omvang van de tulpenmanie bereikte. Sneeuwklokjes leren herkennen Marian LenshoekDe uitdaging ligt in het herkennen van de individuele sneeuwklokjes. Oppervlakkig gezien lijken alle sneeuwklokjes op elkaar, maar wie zorgvuldig gaat kijken ziet de subtiele verschillen. Sneeuwklokjes hebben meestal twee bladeren die verschillen in lengte en breedte en die variëren van licht- (Galanthus woronowii) tot donkergroen. Meestal zijn zij mat, maar soms ook sterk glanzend (Galanthus ikariae), soms met zilvergrijze strepen over de lengte van het blad.
Sneeuwklokjes verzamelen. Hanneke van Dijk
Als Annie Fallinger sneeuwklokjes ziet, krijgt ze een waas voor haar ogen. Het maakt niet uit of dat sneeuwklokjes op een trui, een handdoek, een vaas zijn, of echte. Ze is altijd op zoek, het hele jaar door. Tot in China bestelt ze spullen met sneeuwklokjes. De zoektocht naar echte sneeuwklokjes spitst zich toe in februari. Dan gaat Annie op pad in Engeland om sneeuwklokjes te zoeken die ze nog niet heeft. Ze wil ze allemaal. Sneeuwklokjesbos op Noord-Hollandse klei. Julia VoskuilJosephine Dekker heeft in het Noord-Hollandse Oterleek een ‘bos’ vol sneeuwklokjes bij haar stolpboerderij. Hier is te zien hoe dit bolgewas graag groeit: volop schaduw in de zomer en veel licht tijdens de bloei. Haar bos is ontstaan uit hoogstamboomgaarden met moestuin, karakteristieke onderdelen van een historisch boerenerf. Sinds enkele jaren levert ze sneeuwklokjes ‘groen’, het geheim voor succes in tuinen.
Een Engelse fascinatie. Marian Lenshoek
De uitdaging ligt in het herkennen van de individuele sneeuwklokjes. Oppervlakkig gezien lijken alle sneeuwklokjes op elkaar, maar wie zorgvuldig gaat kijken ziet de subtiele verschillen. Sneeuwklokjes hebben meestal twee bladeren die verschillen in lengte en breedte en die variëren van licht- (Galanthus woronowii) tot donkergroen. Meestal zijn zij mat, maar soms ook sterk glanzend (Galanthus ikariae), soms met zilvergrijze strepen over de lengte van het blad.
Sneeuwklokjes verzamelen. Hanneke van Dijk
Als Annie Fallinger sneeuwklokjes ziet, krijgt ze een waas voor haar ogen. Het maakt niet uit of dat sneeuwklokjes op een trui, een handdoek, een vaas zijn, of echte. Ze is altijd op zoek, het hele jaar door. Tot in China bestelt ze spullen met sneeuwklokjes. De zoektocht naar echte sneeuwklokjes spitst zich toe in februari. Dan gaat Annie op pad in Engeland om sneeuwklokjes te zoeken die ze nog niet heeft. Ze wil ze allemaal.
Sneeuwklokjesbos op Noord-Hollandse klei. Julia Voskuil
Josephine Dekker heeft in het Noord-Hollandse Oterleek een ‘bos’ vol sneeuwklokjes bij haar stolpboerderij. Hier is te zien hoe dit bolgewas graag groeit: volop schaduw in de zomer en veel licht tijdens de bloei. Haar bos is ontstaan uit hoogstamboomgaarden met moestuin, karakteristieke onderdelen van een historisch boerenerf. Sinds enkele jaren levert ze sneeuwklokjes ‘groen’, het geheim voor succes in tuinen.
Een Engelse fascinatie. Marian Lenshoek
Waar de fascinatie bij de Engelsen vandaan komt? David Way, de Engelse eigenaar van een sneeuwklokjestuin: “Het begint bij een aantal vooraanstaande mensen uit de plantenwereld. Iemand heeft interessante sneeuwklokjes in zijn tuin, nodigt de toplaag uit en die vindt dat reuze interessant. Die toplaag bestaat niet uit kwekers, maar uit mensen met tijd en geld die zich er zeer serieus mee bezighouden. Ze besteden veel tijd aan hun verzameling. En ze hebben contacten met gespecialiseerde kwekers, die via hen aan bijzondere variëteiten komen die ter verkoop worden aangeboden.”
Rose-Marie Gerritsen
Als een geheim genootschap komen ze samen en oefenen hun wonderlijke praktijken uit, in de frisse buitenlucht. Je kunt ze nergens aan herkennen, maar ze zijn sneeuwklokjesgek, galanthofiel. Ze doorkruisen tuinen, parken, bossen, bermen en kerkhoven. Ze gaan op de knieën voor een pol sneeuwklokjes en tillen voorzichtig de bloemen op. De groene tekening binnenin wordt nauwkeurig bekeken: een snor, een hoefijzer, gekruiste sabels. Is het blad groen of grijs, breed, vlak, gevouwen? Ze moeten weten wat ze zien, de soort, een naam, de afkomst.
Sneeuwklokjes en wat dies meer zij. Joost Gieskes
De sneeuwklokjesboom is afkomstig uit het Zuid-Oosten van de Verenigde Staten en is sinds 1756 in cultuur in Europa. In zijn groei is het meer een flinke heester die na tien jaar tot vijf meter hoogte kan reiken. Het is een echte lentebode die bloeit van einde maart tot ver in mei met fris witte klokjes. Een andere, weinig bekende maar zeer interessante heester is de sneeuwvlokkenboom (Chionanthus virginicus). In de maanden mei en juni bloeit deze struik met prachtige, heerlijk geurende bloemen in grote witte hangende pluimen met smalle kroonslippen.
Open tuinen met sneeuwklokjes
In februari zijn de sneeuwklokjes op hun hoogtepunt en dat is dan ook de beste tijd van het jaar om ze te bekijken. De NTs heeft, samen met de Stichting PHB, een aantal eigenaren bereid gevonden om hun tuinen of parken met in een aantal gevallen verrassende verzamelingen sneeuwklokjes, in februari open te stellen. De meeste tuinen zijn te bezichtigen in of rond het weekend van 21 en 22 februari 2009 of in het weekend van 14 en 15 februari. De meeste tuinen zijn gratis te bezoeken.
Sneeuwklokjes en de tuinen van de Wildenborch. Jennine van de Plassche-Staring
De tuinen van de Wildenborch in landschapsstijl, aangelegd door mijn oudoom mr. A. Staring (kunsthistoricus), ontsluiten zich steeds meer voor mij: de verschillende tuinkamers, met elk hun eigen vorm en sfeer; de oude monumentale bomen, waaronder een Libanon ceder; de 200 jaar oude berceau en het Romeinse zwembad dat al lang niet meer in gebruik is, maar nu een beschutte droomplek is voor salamanders, kikkers enz. Drie jaar wonen wij hier nu. Drie jaar werken wij hier nu. De seizoenen komen en gaan. En elk seizoen heeft zijn eigen kleur, geur en sfeer.
Herfstlezing: onderhoud door de eeuwen heen. Caroline de Koning
Net als vorig jaar organiseerde de NTs in oktober een herfstlezing rondom het thema Onderhoud. De lezing vond plaats in de monumentale collegezaal het Schip van Blaauw in Wageningen. Na een hartelijk welkom door NTs-voorzitter Beline Geertsema werd als eerste het woord gegeven aan prof.dr. Erik A. de Jong, kunsthistoricus en universitair hoofddocent. Terwijl iedereen binnen aandachtig luisterde naar zijn voordracht klonk flauwtjes door het open raam het geschoffel van de tuinman buiten. Het sloot perfect aan op het onderwerp van de eerste lezing ‘Aan het begin der dingen: tuintechnologie en tuinkunst rond 1600’, over het gebruik van tuingereedschap als basis voor het maken van een tuin.
Veel lof voor kwaliteit excursies.
De excursies werden zeer gewaardeerd door de deelnemers. De tuinen die op het programma staan zijn kwalitatief altijd zeer bijzonder. Daarnaast was er veel lof voor de immer uitstekende manier waarop de Nederlandse Tuinenstichting de excursies voor donateurs organiseert.
Tuinjournaal september 2008
Themanummer: Kerk- en kloostertuinen
Religie verliest in onze maatschappij aan belang. Het religieuze erfgoed staat hierdoor onder druk en dat geldt ook voor de tuinen en parken rond kloosters en kerken. Als een klooster de deuren sluit wie zorgt er dan voor de kloostertuin? Als een kerk haar functie van gebedshuis verliest wat gebeurt er dan met de monumentale kerkentuin?2008 is uitgeroepen tot ‘Jaar van het Religieus Erfgoed’ en daarom in dit Tuinjournaal speciale aandacht voor het groene religieuze monument. Zoals alle groene monumenten zijn ook religieuze tuinen kwetsbaarder dan rode monumenten.
Inhoude septembernummer:
Historisch karakter beter bewaren; over het belang van planmatig onderhoud.
Marian Lenshoek.
Planmatig onderhoud staat centraal in het werk van Natasja Nachbar, als hovenier van de Stichting PHB werkzaam in parken van buitenplaatsen in Noord-Holland. Natasja: “De parken van de buitenplaatsen Waterland en Meervliet zijn in misschien driehonderd jaar gevormd tot de huidige situatie. Dat besef groeit als je hier dagelijks werkt. Het onderhoud plannen we daarom op langere termijn.”
Groen religieus erfgoed. Wim Meulenkamp
Als er één factor is die onderbelicht is bij het religieus erfgoed, en ook bij de tuingeschiedenis, dan zijn het wel de tuinen en parken rond en bij kloosters en kerken. Bovendien is er géén gebied in de tuingeschiedenis waarover zoveel misverstanden heersen als bij het kerkelijk groen.
Kerktuinen, planten met een betekenis. Julia Voskuil
In een kerktuin groeien planten die in de Bijbel worden genoemd en/of in de christelijke cultuur en kunst een symbolische betekenis hebben gekregen. De Vrijzinnige Geloofsgemeenschap NPB in Wassenaar heeft een tuin waarin vrijwel uitsluitend planten met een betekenis groeien.
2008: Oók het jaar van groen religieus erfgoed. Ronald van Immerseel
Religieuze tuinen zijn, zoals alle groene monumenten, kwetsbaarder dan hun rode evenknieën. Kerkhoven krijgen dankzij de bemoeienissen van stichting Terebinth en door de werkzaamheden van de provinciale landschapsbeheerstichtingen de (brood)nodige aandacht. Maar met de kennis over en aandacht voor kerkentuinen, kloostertuinen, pastorietuinen, processieparken, kruiswegstaties, devotiegrotten etcetera is het echter beduidend minder florissant gesteld. Ook hier is extra aandacht op zijn plaats.
Een nieuwe toekomst voor oude kerkterreinen. Tim Smid
Lange tijd waren vele oude kerkhoven letterlijk ten dode opgeschreven. In Groningen komt daar dankzij het project ‘Kerken in het groen’ gestaag verandering in. Op initiatief van Landschapsbeheer Groningen en Stichting Oude Groninger Kerken wordt sinds 1999 in het kader van dit project planmatig gewerkt aan het onderhoud en herstel van deze cultuurhistorisch en landschappelijk zeer waardevolle terreinen.
Domies Toen: een eeuwenoude pastorietuin. Annette Broekhuizen
Bij de Petruskerk in Pieterburen ligt, als een intieme oase in het weidse Groninger land, de pastorietuin Domies Toen. Domies Toenis erkend als botanische tuin, omdat veel planten in de tuin voorkomen op de lijst van beschermde planten. Tevens heeft de tuin de museumerkenning, onder andere vanwege de vrijwel volledige collectie Nederlandse stinzenplanten.
Van dodenakker tot gedenkpark. Liesbeth Vemeulen
Culturele en groene wandelroutes, begraafplaatsen met een arboretum en eigen website zijn voorbeelden van de transformatie van begraafplaatsen tot oasen van rust in een hectische wereld waar je van flora en fauna kunt genieten. Voor wie van wandelen in tuinen en parken houdt is het een prettige uitbreiding van de mogelijkheden om eens - ook in Nederland!- koers te zetten naar een begraafplaats
Heden ik, morgen gij. Korneel Aschman
Een aantal organisaties zich het lot van deze groene kerkterreinen aangetrokken. Sommige allang, zoals vereniging De Terebinth. Recent is een grootschalig herstelproject opgezet. 2008 als jaar van het Religieus Erfgoed was het laatste duwtje in de goede richting. Het Prins Bernhard Cultuurfonds (PBC) heeft een bijdrageregeling ingesteld voor het herstel van oude kerkterreinen, daarbij geadviseerd door Landschapsbeheer Nederland (LBN). Groene kerkterreinen, niet in eigendom van overheden, kunnen met geld uit deze bijdrage worden opgeknapt.
Kloostertuinen, ora et labora. Julia Voskuil
Ze bestaan nog, kloostertuinen. Een goed bewaard voorbeeld heeft Klooster Sint Aegten, bij het dorp Sint Agatha (gemeente Cuijk). Dit veertiende-eeuwse klooster wordt nog bewoond en sinds enkele jaren biedt het imposante complex onderdak aan het Erfgoedcentrum van het Nederlandse Kloosterleven. De tuin is in de bestaande vorm bijna twee eeuwen oud.
Tuin in de herfst. Jet van Dam van Isselt
Wanneer we eind juli afreizen naar ’de Aldenhaeve’ te Zelhem om een ‘Herfsttuin’ te beschrijven, realiseren we ons dat we een moeilijke opdracht hebben: nu kijken met een blik op de toekomst. Deze tuin is zo puur en een zo waarlijk paradijs in elk seizoen, dat we geen filters of bedenksels behoeven om er toch voor dit herfstjournaal over te kunnen schrijven.
De tuin als metafoor. Frieda Wielinga
In religieuze gedichten uit de middeleeuwen en mystieke werken wordt wel gesproken over een innerlijke tuin. Die tuin moet begoten en bewerkt worden, er moet worden gewied en gerooid, zodat hij wordt tot een tuin van gebed, een plaats om God te ontmoeten.
Tuinjournaal december 2007
De winter is een tijd voor reflectie. Om na te denken, plannen te maken en om bij te lezen. Voor het decembernummer van het Tuinjournaal hebben we daarom gekozen voor uiteenlopende artikelen rond het thema ‘verzamelen’.
Inhoud
Herfstlezing: op de bres voor onderhoud van tuinen en parken. Marian Lenshoek
In oktober 2007 organiseerde de NTs voor alle donateurs een herfstlezing in Wageningen. De bijeenkomst, met als thema onderhoud, werd door veel donateurs bezocht. Drie sprekers gaven hun visie op het belang van structureel onderhoud van tuinen en parken.
NTs-voorzitter Beline Geertsema lichtte ze de keuze toe voor het thema onderhoud. Geertsema maakt zich zorgen over de staat waarin veel openbare tuinen en parken zich bevinden: “Iedere gemeente wil een mooi park, maar heeft vervolgens geen geld voor onderhoud. Onderhoud is namelijk niet een onderwerp dat de krant haalt.” Voor ieder groen erfgoed en dus ook voor parken, is structureel onderhoud echter van levensbelang, aldus de NTs-voorzitter.
Willem Cornelis Mary de Jonge van Ellemeet:
een collectioneur, verzamelaar, kweker,
amateurdendroloog en –botanicus in Oostkapelle. Ronald van Immerseel
Van zijn ouders had W.C.M. de Jonge van Ellemeet (1811-1888) een dusdanig groot vermogen geërfd, dat dit hem in staat stelden zijn leven te wijden aan de buitenplaats Overduin te Oostkapelle. Hij koos de toen nog jonge en onbekende architect Nicolaas Johannes Kamperdijk uit voor het ontwerp voor het huis. ‘Zogher, de fameuse aanlegger’, waarmee in deze jaren alleen J.D. Zocher jr. kan zijn bedoeld, werd aangetrokken voor de parkaanleg. Op Overduin zou De Jonge van Ellemeet zich ontpoppen tot een gedreven verzamelaar.
De geschiedenis van de oude Hortus. Annebeth Felet
Sinds jaar en dag heeft de Universiteit Utrecht haar eigen tuin. In 1639, drie jaar na de stichting van de Universiteit, besluit het stadsbestuur ‘dat men het bolwerk Sonnenborgh sal doen approprieren en de beplanten met cruijden nodich tottet oeffenen van de studenten in de medicijnen’. Als Sonnenborgh te klein wordt, koopt de stad in 1723 een huis aan de Nieuwegracht. In deze tuin wordt de Hortus Botanicus ingericht. Sinds 1996 wordt deze tuin gebruikt als museumtuin.
Nobele hebberigheid. Éva Kovács
Vaak wekt de betovering van een plant een zodanige nieuwsgierigheid op, dat die ontaardt in een fanatieke zoektocht naar meer, naar compleet. Niet alleen het verlangen naar materieel bezit, maar ook de honger naar meer kennis is groot. Planten verzamelen mag gezien worden als een soort nobele hebberigheid waarop men terecht trots mag zijn.
Het vereist tijd, volharding, moeite, geld en avontuurlijke toegewijdheid. Het dwingt om te willen onderzoeken en geeft de verplichting om de opgedane kennis te delen. Bovendien is het onmogelijk zonder bezieling, zonder geraakt te kunnen zijn door de schoonheid van een plant, een collectie op te zetten. En hoewel verzamelen status en roem kan bieden, is het vreugdevolle en zinvolle leven van een verzamelaar in mijn ogen het belangrijkst.
De ene Buxus is de andere niet:
ongekend rijk historisch sortiment weer ‘terug verzameld’. Julia Voskuil
Buxus is populair, in nieuwe en historische tuinen. Een haagje hier en een knipvorm daar, palmboompje of (rand)palm laat zich gedwee snoeien en is daarbij wintergroen en oersterk. Zelfs op het kale hout kan de heester weer uitlopen. Het herstel van de baroktuinen van Paleis Het Loo in de jaren ’80 heeft ongetwijfeld bijgedragen aan de herontdekking van Buxus.
Verzameld zaad na eeuwen ontkiemd. Sander den Haan
Tuinieren op Lommerlust in Beverwijk, voor de schrijvende domineesweduwe Betje Wolff-Bekker een geliefd tijdverdrijf. Zij en haar levensgezellin Aagje Deken beleefden in de jaren tachtig van de achttiende eeuw de tijd van hun leven onder het Kennemer gebladerte. Maar zij waren niet de enigen in hun kring met een liefde voor groen. Een neef verzamelde planten op de Kaap, die ruim twee eeuwen later zouden ontkiemen in een wetenschappelijk experiment.
Tuinjournaal september 2007
Dit Tuinjournaal heeft als thema ‘de Italiaanse populier’. Voortaan treft u in ieder Tuinjournaal een paar pagina’s aan waarin we dieper op een bepaald onderwerp ingaan.
Waarom de keuze voor de Italiaanse populier? Eigenlijk vanwege de onderschatte waarde van deze boom: de populier is niet populair zoals één van de redacteuren stelt. In dit Tuinjournaal staat een boom centraal die als één van de weinige zorgt voor verticaal perspectief in het vlakke Hollandse land. Helaas wordt de boom weinig aangeplant. Dat is niet de schuld van de boom maar van de onvakkundige planter, zult u lezen. Het gebruik van de populier is veelzijdig. Vanaf het midden van de achttiende eeuw werden populierencirkels geplant om een grafmonument of een aanleg te benadrukken. Aan de andere kant wordt het zachte hout nog steeds gebruikt voor de klompenindustrie, lucifers en spaanplaat en meer.
Inhoud
Cipres van de lage landen. Éva Kovács
Sinds de mensheid bezig is met de herinrichting van het landschap, zoekt zij voortdurend naar nieuwe manieren om de omgeving mooier en plezieriger te maken. Voor welke stijl ook gekozen wordt, de basisregels voor vormgeving blijven onveranderd geldig. Eén van deze principes is de weloverwogen toevoeging van verticale lijnen. De oude Romeinen ontdekten al gauw de waarde van de potlooddunne cipressen.
Er is wel een probleem: deze Mediterraan houdt niet van vrieskou en natte voeten. Gelukkig is in Lombardije een alternatief gevonden voor de gevoelige cipres: de Italiaanse populier. De benaming ‘cipres van de lage landen’ is dan ook met recht verleend aan deze natuurlijke groene zuil, want als instrument om verticale lijnen aan een ontwerp toe te voegen is de Italiaanse populier even goed bruikbaar als een Mediterrane cipres.
Italiaanse populier, ritselende reus. Julia Voskuil
De zuilvormige Italiaanse populier (Populus nigra ‘Italica’) blijft relatief smal, wat niet betekent dat het een boom is van geringe omvang. Een hoogte van twintig (dertig) meter is niet ongebruikelijk en het wortelvolume is daarmee in overeenstemming. ‘De juiste boom op de juiste plaats’ geldt dus zeker ook voor de toepassing van Italiaanse populier. Niét geschikt voor uw voortuintje!
In Flevoland, ten zuidoosten van Almere (halverwege de Tureluurweg), groeit het levende kunstwerk van Marius Boezem (1934), ‘De Groene Kathedraal’. Het bestaat uit 178 Italiaanse populieren, die in april 1987 werden geplant. Dit land art-project is geïnspireerd op de Notre Dame in het Franse Reims. De bomen vormen de omtrek van de kathedraal en geven de plaats aan van de zuilen in de kerk. Cirkels van schelpen rond de stammen verwijzen naar de voormalige zeebodem. In 1996 zijn met betonnen stenen de verbindende lijnen van het ribgewelf van de kathedraal aangegeven. De groene kopie meet 150 x 70 meter, dezelfde maten als de kathedraal in Reims.
De populariteit van de populierencirkel rond 1800. Ronald van Immerseel
De ontdekking van de Italiaanse populier in de achttiende eeuw houdt verband met de veranderende visie op het landschap en de tuinkunst in deze periode. De populariteit en snelle verspreiding van de Populus nigra ‘Italica’ over Noord- en West-Europa valt dan ook beter te begrijpen wanneer we haar plaatsen in deze ontwikkeling.
Tegelijk met de opkomst van de vroege landschapsstijl werd de Italiaanse populier ontdekt, die direct grote populariteit genoot. Vanaf het midden van de achttiende eeuw zien we deze vervanger van de cipres op gravures en prenten van parken verschijnen. Vrijwel altijd staan zij in een groepje geplant nabij water of ter stoffering van een ruïne, tempel of andere folly. Een bijzondere toepassing vormde het gebruik van Italiaanse populieren in cirkels.
Marni’s Tuinplanten, nét even anders. Julia Voskuil
In het glooiende landschap van Zuid-Limburg ligt Marni’s Tuinplanten, een verrassende kwekerij aan de rand van Schimmert. Hier begonnen Mareike Biermans en Nis van der Horst elf jaar geleden hun plantenavontuur. Ronddwalend in wat ze ‘de tuin’ noemen - 4000 m² moerplanten, die een enorme border met paden vormen - wordt duidelijk dat hun sortiment veel onbekende schoonheden bevat, waaronder spectaculaire blad- en schaduwplanten. Met 2.000 verschillende vaste planten en ruim 175 rozencultivars heeft de sortimentstuin bezoekers veel te bieden, van het vroege voorjaar tot diep in de herfst.
Dat de schoonheid van planten hen dagelijks inspireert, is niet overdreven. Tijdens een rondgang door de tuin wijst Mareike telkens verrukt naar schaduwplanten zoals Arisaema’s. Nis: “We wilden een echte kwekerij, niet een soort tuincentrum. Circa 95% van onze planten kweken we zelf, uit stek en zaad of door scheuren.”
Monetvelden in Rockanje. Marianne Bielders en Gonne Doorman
De mooie tuin van Ria en Jan Moerman in Rockanje werd eerder bezocht door de Open Tuinencommissie om een beschrijving te maken voor plaatsing in de Open Tuinen Gids. Het eerste bezoek was aan het eind van de zomer. Deze keer is het half juni en zijn we speciaal gekomen om de drie wilde bloemenweiden in bloei te zien.
Als we om het vakwerk-theehuis heen lopen zien wij de weiden in hun volle glorie liggen. Het beeld is overweldigend. Ria Moerman vertelt ons dat het aanzicht iedere dag anders is. Als we de weiden van dichtbij bekijken zien we alle kleuren door elkaar: van wit, lichtgeel, geel, lichtblauw en violet naar donkerblauw en papaverrood.
Tuinjournaal juni 2007